1. Marco Bertolini voor
  2. In
    1. Substantief
      1. een broodje kaas
      2. een nieuwe jurk
      3. een nieuwe auto
    2. Een ding
  3. Om te
    1. Werkwoord
      1. slapen
      2. naar vakantie te gaan
      3. tv te kijken
    2. Iets te doen